Ontstaan van de Krim

De Gebr. Minke kregen in 1862 als een van de eerste verveners een concessie voor het graven van een wijk en het in cultuur brengen van enkele hectare veengrond. Deze wijk mondde uit in de Lutterhoofdwijk, het kanaal wat van het Heemse naar Coevorden aangelegd werd en in 1868 werd voltooid.

Vanaf deze verleende concessie in 1862 wordt het bestaansrecht van de plaats “De Krim” geteld en werd aan deze wijk, die al gauw de naam Minkeswijk kreeg, het kleine centrum gevormd. Deze streek ressorteerde onder de gemeente Gramsbergen, die aan de noodzakelijke ontwikkeling niet zoveel aandacht besteedde.

Zo kwam uit haar bewoners een vereniging tot stand, “De Eendracht”, die een belangrijke rol heeft gespeeld bij de ontwikkeling van De Krim. Deze vereniging heeft enkele malen een niet vergeefs beroep gedaan op de Gebr. Minke, o.a. het beschikbaar stellen van een stuk grond t.b.v. het houden van enkele geiten en varkensmarkt waarna de gemeente haar medewerking niet meer kon weigeren. Op deze markt kwam ook een draaimolen en een schommel voor de jeugd. Hij werd voor het eerst gehouden in mei 1881.